Het is weer 4 oktober!

Jawel, elk jaar komt die datum terug. En elk jaar zorgt die datum bij mij voor gemengde gevoelens.

Voor veel mensen is het enkel Werelddierendag. Dat is natuurlijk zeer de moeite waard en heel belangrijk, want er leven nog veel te veel dieren door de mens in uitermate slechte omstandigheden. Ook veel wilde dieren worden door de mens bedreigd, hetzij direct, hetzij door aantasting of vernietiging van hun leefgebieden.
Het is hier elke dag dierendag, onze dieren wonen en leven hier, we kunnen ze moeilijk een dag overslaan en dat zouden we ook niet willen.

Maar sinds 1992 is het voor veel mensen in Amsterdam/Bijlmermeer veel meer, toen daar op 4 oktober ineens een vliegtuig uit de lucht viel en op het raakpunt van twee flats terecht kwam. Dat wordt vanmiddag herdacht.
Helaas vinden de media het nodig om ook alle beelden weer te tonen, alsof het allemaal nieuw is. Sja.

En voor mij, mijn vader, en mijn tantes, is het meer.
Op 4 oktober 1966 overleed mijn moeder, zijn vrouw, hun zuster. Vandaag is dat 51 jaar geleden, en tóch denk ik er weer aan. Ik weet zeker dat mijn vader er ook weer aan denkt. Vanavond bellen we ook weer even, dat doen we elk jaar.

Voor mij, en Rob, is het zelfs nóg meer.
Het is de verjaring van de dag dat mijn leven opnieuw begon, in 1995. Mijn “herjaardag”, zo noem ik dat. Ik ben dus 22 geworden vandaag. Lekker jeugdig toch?

Advertenties

4 oktober, dierendag

Maar 4 oktober is niet alléén maar dierendag voor ons.

Steevast belt mijn vader me op 4 oktober, want het is ook een beladen datum voor familie De Jong.
Op 4 oktober 1966 gaf mijn moeder zich gewonnen in haar strijd tegen de kanker die haar van binnenuit langzaam ombracht.
Dat bezorgt mijn vader, maar ook mij, wat gemengde gevoelens over deze dag.

Maar er is meer.
Op 4 oktober 1995 werd ik bijgebracht na een spoed-hersenoperatie die om zeven uur ’s avonds op 3 oktober begonnen was vanwege de hersenbloeding die ik in de nacht van 1 op 2 oktober 1995 kreeg. Ik was midden in de nacht ook al een keer wakker gemaakt zodat Rob kon controleren of ik nog wel “ik” was. En dat was ik. 😉
Voor mij is het sindsdien ook mijn herjaardag. “Wij lotgenoten” noemen dat zo.
En als je het zo bekijkt ben ik vandaag dus 18 geworden! 😀

Is dit nou een zwarte dag met een gouden randje? Of eerder een gouden dag met een zwart randje?
Ik denk dat hij voor mijn vader wat zwarter is, voor Rob wat meer goud, en voor mij zit het er een beetje tussenin.
Zwart-goud gemêleerd zeg maar. Zwart-goud gestroomd noem je dat in kynologentaal.
Ach, de zon schijnt nu, vanmorgen regende het hard, dus ook de natuur weet het even niet. Wisselvallig noem je dat in meteorologentaal.
Zo’n slechte dag is het dus niet, vandaag.
Het gaat bèst noem ik dat, in mijn taal. 😉

In herinnering herdacht

Afgelopen avond/nacht zaten wij nog naar een film te kijken, toen precies om middernacht mijn oog net op de klok viel.
Even moest ik slikken, want nu was het 29 mei geworden. Een dag van herinneringen.

Mijn moeder werd geboren op 29 mei 1937.
Zij leerde mijn vader in 1951 kennen, en op 29 maart 1961 trouwden ze.
Later dat jaar kwam ik tevoorschijn, we woonden toen in Groningen waar mijn vader voor tandarts studeerde.
In 1962 studeerde op 19 februari mijn vader af, en in maart moest hij aan de slag bij de Koninklijke Marine in Den Helder. Ook toen lagen de huizen niet voor het opscheppen en zijn we via Hilversum, Amstelveen, Amsterdam en Texel naar Callantsoog verhuisd.

Ik weet niet of mijn moeder toen al ziek was, maar in 1963 had ze TBC ontwikkeld. Wij woonden toen nog in dat zomerhuisje in Callantsoog, in wat nog steeds de strengste winter van die eeuw wordt genoemd. Kranen moesten altijd blijven lopen anders bevroren ze, en er stond een straalkacheltje te balanceren op de deur van de kinderkamer.
Uiteindelijk ging zij naar haar ouders in Amsterdam, mijn vader naar de kazerne in Den Helder, en ik naar mijn andere grootouders in Amstelveen.
In 1964 kwamen we weer bij elkaar in het (toen) nieuwe huis in Castricum. In april begon mijn vader daar met zijn praktijk, in mei voegde mijn moeder zich bij hem, en in augustus kwam ik er ook weer bij.

Mijn moeder werd allengs zieker, en mijn oma (haar moeder) kwam regelmatig langs om haar te helpen en later te verzorgen. Zo heb ik het althans begrepen, mijn herinneringen aan die tijd zijn uitermate vaag.
Eind september 1966 heeft zij tegen oma gezegd: “Volgende week ben ik beter. Of dood.”
Op 4 oktober 1966 is mijn moeder in haar slaap overleden.

Het zijn een aantal beladen data in mijn leven. Op de diverse data stuurt mijn vader wel eens ingescande foto’s van vroeger, van een mooie jonge vrouw in de bloei van haar leven.
Helaas heb ik haar nooit echt goed gekend, ik moet het hebben van de verhalen van oma (nu overleden) en van mijn vader.

En toch mis ik haar.

Afbeelding
Pauline de Jong – van der Klei
29 mei 1937 – 4 oktober 1966

Rob geopereerd

Wat is dat een kloteziekenhuis zeg, in Ede.

Moet je om 11 uur aanwezig zijn terwijl je pas om kwart voor drie aan de beurt zou zijn, wordt hij pas om kwart voor VIER opgehaald.
Om vier uur heb je dan een shiftwissel daar, en die verpleegster die toen kwam, draak eerste klas hoor.
Ga ik om half zeven (!) eens vragen of ze wat weten, word ik afgebekt dat ik maar gewoon thuis had moeten wachten dan hadden ze me wel gebeld. En anders had ik m’n mobiel nummer maar moeten achterlaten. Ja hoor, dat mobiel nummer HEBBEN ze ook, de afspraak WAS ook dat ze me op de hoogte zouden houden!

De enige aardige daar waren de zaalarts (die kwam netjes melden dat zijn shift erop zat) en de mevrouw van de catering (die kwam mij koffie brengen, één keertje).

Toen Rob eindelijk terug was gebracht, kwart voor zeven, moest hij nodig plassen, maar dat kost hem op zo’n moment wat moeite. Gek hè…
Nou, mevrouw draak ging daar niet op wachten, hij moest maar bellen als hij dacht dat hij wel kon.

Gelukkig heeft hij een aardige kamergenoot, die heeft beloofd een oogje op hem te houden vannacht, want dat gaat die draak vast niet doen…

Je snapt dat ik over de zeik ging.
Eerst van die reactie van dat mens dat ik maar naar huis had moeten gaan, heeft ze zelf geen man ofzo, iemand waar ze van houdt? Hm…
En toen hoe ze hem behandelde, dat DOE je toch niet zo!

Gelukkig heb ik vrienden, waarvan er twee stuks in de auto zijn gesprongen om mij daar weg te halen want toen ik eenmaal buiten stond knapte er iets… Ik had ook niet meer moeten rijden, dat was beslist een innige ontmoeting met een boom geworden denk ik…
Een derde vriendin heeft de hele dag voor kat en honden gezorgd, en ik mag haar straks nog een keer bellen als ik problemen heb met in m’n eentje drie honden uitlaten.

Maar nou ga ik eerst maar eens wat eten, op één broodje en twee sultana yoghurt biskwietjes ga ik het toch niet helemaal volhouden. Al heb ik reserve zat, dat moet je bijhouden, toch! ;)

Breekbaar

Het leven is breekbaar
Taai maar ook teer
Soms denk je, het stopt
Maar dan gaat het wel weer

En dan ineens
Komt dat nare bericht
En realiseer je je
Ze is toch gezwicht

Trudie, rust zacht
Je werk hier is klaar
We vergeten je niet
Taai en toch breekbaar…

Rob moet morgen onder het mes…

… en ik begin hem te knijpen.
Zijn schouder moet geopereerd worden, omdat de pees naar zijn opperarm spier zowat afgescheurd is.
Daarvoor zal hij onder narcose moeten, en daar zit ik een beetje mee. Hij komt altijd zo beroerd uit een narcose, misselijk en sjacherijnig en onaanspreekbaar, bah.

De nasleep gaat nog erger worden.
Er staan zo’n zes weken hersteltijd voor, waarvan hij de eerste twee/drie echt helemaal niets met die arm mag doen. Enne, het is zijn rechterarm, en hij is rechtshandig…

Hij kan dan dus ook niet autorijden, niet naar zijn werk, niet de schoolbus besturen, dus ik weet al wie er de komende weken mag rijden. Behalve die bus dan, daar hebben we andere mensen voor want ik krijg het stuur van dat bejaarde ding niet rond.

Morgen om 12:00 moet hij zich melden bij de opnamebalie, en dan zal hij een uurtje later geholpen worden. Dagopname, dus eind van de middag ofzo krijg ik hem terug.
Hoop ik.