Beste Vladimir,

feetjeblogt

3062754563_ae14574c83_qMag ik Vladimir zeggen? Fijn. Ik vroeg me even af, heb je iets meegekregen van onze nationale dag van rouw voor de slachtoffers van de terroristische aanslag (laten we het maar gewoon noemen zoals het is) op de MH17?

Nee? Oh, dan heb je echt iets gemist hoor. Het was niet alleen indrukwekkend, het was zoveel meer dan dat. Het was overweldigend. Dat verdriet een bevolking zo dicht bij elkaar kan brengen. Ik wist het niet. Maar vandaag voelde ik het. Van mijn kleinste teen tot aan mijn kruin. Verbondenheid. Trots. Verdriet. En dankbaarheid.

View original post 528 woorden meer

Kriebels

Vanmorgen werd ik, geheel volgens afspraak, gebeld door mevrouw Doctor Greebe, de SAB nazorgspecialist van het UMCU. Die afspraak werd mij zaterdag per papieren post aangekondigd, verrassing! Wel een welkome verrassing, want ik had namelijk op de jaarlijkse enquête ingevuld als vraag of ik zelf achter de vijf-jaarlijkse controle aan moest of dat dat vanuit het UMCU opgestart zou worden.
Het antwoord was dubbelzinnig, het ziekenhuis wílde dat wel opstarten, maar veel patiënten bleken dat niet zo te kunnen waarderen. Dus deden ze het toch maar niet.
Nou, daar heb je wat aan.

Maar goed, het balletje rolde nu toch, dus gaf mevrouw Greebe hem meteen nog maar een extra zetje: ze gaat het inplannen, en dan krijg ik vanzelf de oproep in de bus.
Op mijn vraag op wat voor termijn dat ongeveer zou zijn was haar antwoord, dat het tussen nu en het einde van de maand werd. Op een donderdag, want dan kan ik meteen na het onderzoek bij haar op consult komen. En twee weken later gaat ze dan telefonisch de uitslag van het onderzoek doorgeven en bespreken.
Sjonge, dát is snel ineens!

En nou heb ik de kriebels.
Vorige keer dat ik zelf om het controle onderzoek had gevraagd, in 2003, wat toen in januari 2004 werd uitgevoerd, kreeg ik de uitslag op 20 februari 2004. Foute boel, dus ben ik op 21 februari gestopt met roken. De neurologe die mij belde schrok zo hoorbaar toen ik “ja” moest zeggen op de vraag of ik nog rookte, en begon zo te hakkelen over de in te plannen behandeldata en of ik dat wel zou halen, dat ik toen na dat telefoongesprek meteen aan Rob had gevraagd om voor mij een afspraak bij een auriculo-therapeut te maken. Met een peuk vanwege de schrik, dat dan weer wel. 😳
Ik rook niet meer, sinds 21 februari 2004 niet meer.
Maar ik heb nu wel de kriebels, ik vind het eigenlijk toch best wel weer spannend nu.

4 oktober, dierendag

Maar 4 oktober is niet alléén maar dierendag voor ons.

Steevast belt mijn vader me op 4 oktober, want het is ook een beladen datum voor familie De Jong.
Op 4 oktober 1966 gaf mijn moeder zich gewonnen in haar strijd tegen de kanker die haar van binnenuit langzaam ombracht.
Dat bezorgt mijn vader, maar ook mij, wat gemengde gevoelens over deze dag.

Maar er is meer.
Op 4 oktober 1995 werd ik bijgebracht na een spoed-hersenoperatie die om zeven uur ’s avonds op 3 oktober begonnen was vanwege de hersenbloeding die ik in de nacht van 1 op 2 oktober 1995 kreeg. Ik was midden in de nacht ook al een keer wakker gemaakt zodat Rob kon controleren of ik nog wel “ik” was. En dat was ik. 😉
Voor mij is het sindsdien ook mijn herjaardag. “Wij lotgenoten” noemen dat zo.
En als je het zo bekijkt ben ik vandaag dus 18 geworden! 😀

Is dit nou een zwarte dag met een gouden randje? Of eerder een gouden dag met een zwart randje?
Ik denk dat hij voor mijn vader wat zwarter is, voor Rob wat meer goud, en voor mij zit het er een beetje tussenin.
Zwart-goud gemêleerd zeg maar. Zwart-goud gestroomd noem je dat in kynologentaal.
Ach, de zon schijnt nu, vanmorgen regende het hard, dus ook de natuur weet het even niet. Wisselvallig noem je dat in meteorologentaal.
Zo’n slechte dag is het dus niet, vandaag.
Het gaat bèst noem ik dat, in mijn taal. 😉

In herinnering herdacht

Afgelopen avond/nacht zaten wij nog naar een film te kijken, toen precies om middernacht mijn oog net op de klok viel.
Even moest ik slikken, want nu was het 29 mei geworden. Een dag van herinneringen.

Mijn moeder werd geboren op 29 mei 1937.
Zij leerde mijn vader in 1951 kennen, en op 29 maart 1961 trouwden ze.
Later dat jaar kwam ik tevoorschijn, we woonden toen in Groningen waar mijn vader voor tandarts studeerde.
In 1962 studeerde op 19 februari mijn vader af, en in maart moest hij aan de slag bij de Koninklijke Marine in Den Helder. Ook toen lagen de huizen niet voor het opscheppen en zijn we via Hilversum, Amstelveen, Amsterdam en Texel naar Callantsoog verhuisd.

Ik weet niet of mijn moeder toen al ziek was, maar in 1963 had ze TBC ontwikkeld. Wij woonden toen nog in dat zomerhuisje in Callantsoog, in wat nog steeds de strengste winter van die eeuw wordt genoemd. Kranen moesten altijd blijven lopen anders bevroren ze, en er stond een straalkacheltje te balanceren op de deur van de kinderkamer.
Uiteindelijk ging zij naar haar ouders in Amsterdam, mijn vader naar de kazerne in Den Helder, en ik naar mijn andere grootouders in Amstelveen.
In 1964 kwamen we weer bij elkaar in het (toen) nieuwe huis in Castricum. In april begon mijn vader daar met zijn praktijk, in mei voegde mijn moeder zich bij hem, en in augustus kwam ik er ook weer bij.

Mijn moeder werd allengs zieker, en mijn oma (haar moeder) kwam regelmatig langs om haar te helpen en later te verzorgen. Zo heb ik het althans begrepen, mijn herinneringen aan die tijd zijn uitermate vaag.
Eind september 1966 heeft zij tegen oma gezegd: “Volgende week ben ik beter. Of dood.”
Op 4 oktober 1966 is mijn moeder in haar slaap overleden.

Het zijn een aantal beladen data in mijn leven. Op de diverse data stuurt mijn vader wel eens ingescande foto’s van vroeger, van een mooie jonge vrouw in de bloei van haar leven.
Helaas heb ik haar nooit echt goed gekend, ik moet het hebben van de verhalen van oma (nu overleden) en van mijn vader.

En toch mis ik haar.

Afbeelding
Pauline de Jong – van der Klei
29 mei 1937 – 4 oktober 1966

Zei ze dat nou echt?

Een beetje beduusd zit ik op het mij toegewezen zwarte stoeltje in de spreekkamer van de dermatologe. Ik ben daar om naar wat plekjes op mijn armen en een bultje op mijn neusvleugel te laten kijken.
Vooral die plekjes op mijn armen zitten me dwars, je hoort tegenwoordig zoveel over zich uitzaaiende melanomen door de zon, nee jakkes, daar moet ik niet aan denken.
Dat bultje op mijn neusvleugel, ach, dat is een abcesje of een cystetje, weet ik bijna zeker.

“Die plekjes op uw armen zijn gewoon leeftijdswratjes, dat is niets om u druk over te maken. Dat tumortje op uw neusvleugel is wat anders, die moet weg. Maar ik ga er nu eerst een biopt van nemen zodat we kunnen laten bepalen wat voor tumor het is.”

Zei ze dat nou echt? Heb ik een tumortje op mijn neusvleugel? Een TUMORtje?
Slik.
En dan word ik op de behandeltafel gevraagd want ze wil er even een verdovinkje in zetten.
Slik. Dat is met naalden… en ik ben voor niets zo bang als voor naalden…
Gelukkig wordt er een babynaaldje gepakt, kennelijk is er begrip voor mijn angst.
En inderdaad, het naaldje voel ik nauwelijks. De verdoving wel! Geen pijn, maar wel een krankzinnig gevoel, alsof iemand met een grote spuit mijn neus aan het uitspoelen is. Of zoiets, het laat zich vrij moeilijk omschrijven.

We worden vijf minuutjes alleen gelaten, zodat de verdoving zijn werk kan doen. Mijn neus voelt verstopt, mijn hoofd bonst nog van de schrik.
Als ze terug komt neemt ze een flinke lap van het bultje en wat omliggend weefsel mee, en reken maar dat ik dat voel! De verdoving is zo te voelen wat meer naar beneden gezakt dan de bedoeling was, maar toe maar, ze is nu toch al bezig.
De meegekomen verpleegster smeert wat donkerbruin spul erop (nee, geen betadine, daar kan ik niet tegen) wat het bloeden moet stelpen, en na zo’n vijf minuten afdrukken komt er een mooie witte pleister overheen.
Charmant. Maar in het ziekenhuis val je niet echt uit de toon met een pleister, nee toch.

Er zijn meteen een vervolgafspraak (voor de uitslag) en een afspraak met een KNO-arts (die het bultje gaat verwijderen) gemaakt, over twee weken al.
Fijn dat dat allemaal zo snel kan, wachten is niets voor mij.

Wordt vervolgd dus!

Zieke oude Cassie

Nou, dat was me het dagje wel weer.
Ik kwam beneden vanmorgen, zat alles onder de dunne poep. De vloer, het kattenbankje, de hondenmanden, de vensterbank voor, de keuken, de mat voor de keukendeur had een bergje “maaginhoud” van de poes, achter de eettafel lag ook een poeltje slijm met haarballen…
En dan moest ik nog ontbijten! 😦
Oftewel, het ging ineens even niet zo goed met Cassie, onze poes van 16,5 jaar oud. Ze liep raar met een kromme rug, en verloor overal druppeltjes heel dunne diarree. Ook als ze ergens zat of lag, wat dus bijna overal was geweest.

Dierenarts gebeld, John gebeld of hij de honden even uit wilde laten, de ergste rommel even weggeruimd en een boterham naar binnen gepropt, en geprobeerd om nog op tijd bij de Lingehoeve te zijn. Lukte natuurlijk nooit, vanuit Rhenen gaat dat echt niet in drie minuten…
Allerlei vragen of ze iets verkeerds gegeten kon hebben (nee), of ze schoonmaakmiddel binnen gekregen kon hebben (nee), of ze koorts had (nee), of dit gisteren ook al zo was (nee natuurlijk niet, dan had ik er gisteren al wel gestaan!), of de andere katten en honden ergens last van hadden (nee).

Prikje gekregen tegen de misselijkheid, pasta tegen de diarree, en pillen tegen weet ik het. Dus zei ik gelijk al, een pil krijg je er niet in bij haar. Nee, moest toch.
Poes maar op de badkamer geïnstalleerd met voer, water, en kattenbak. En een oude handdoek om op te liggen.
Lang verhaal maar iets inkorten, die pil krijg je er niet in bij haar, Rob heeft het geprobeerd. De pasta gaat redelijk makkelijk het bekkie in, al denkt Cassie duidelijk anders over de “smakelijkheid” van het spul.
Ze verliest nu al minder viezigheid dus de finidiar doet zijn werk. Ze wilde net ook wel een beetje eten, goed teken toch?

Ik dacht vanmorgen echt dat dit haar laatste dag hier ging zijn, zo liep ze erbij. Maar nu denk ik dat ze nog wel 17 of 18 kan worden! Wie weet?

Winter 2013 in Nederland

Een totaal besneeuwd veld, met hier en daar een zwarte molshoop.
Wat sporen van konijnen en van onze honden, doorkruist door de sporen van diverse vogels.
Voetstappen in de sneeuw waarin ik naast die van mij ook een paar grote ontwaar.
En het is koud. Alhoewel, de kou valt eigenlijk nog wel mee merk ik als ik even stilsta in de beschutting van wat boompjes. Het is de wind die het zo koud maakt.

De honden deert het niet, die hebben hun eigen dikke vachtjas aan en zijn ook lekker aan het rondhollen. Zelfs Sanne van 10 trekt even een sprintje als ze ziet dat ik wat lekkers uit mijn voertas haal. Bandit van “pas” 5 is voortdurend aan het rennen, ik denk gewoon om de lol van het rennen zelf.

Ja, toch wel lekker zo even de kou in!